Technische veren berekenen: wat bepaalt de veerconstante en het juiste veertype

25
Aug
2026

Een veer die net niet genoeg kracht geeft, valt pas op als de machine al staat. Daarom reken je een veer door voordat je hem bestelt, niet erna.

Bij het berekenen van een veer draait alles om één vraag: welke kracht heb je nodig, binnen welke ruimte en beweging? Dat antwoord hangt af van draaddiameter (D), de diameter van het veerlichaam (Dm/Du/Di), aantal windingen (Nt) en het materiaal dat je kiest. Verander je een van die vier, dan verandert de veerconstante mee, en daarmee het hele gedrag van de veer. Dit artikel laat per veertype zien welke factoren de veerconstante bepalen, met concrete voorbeelden uit onze eigen praktijk. Aan het eind lees je hoe je bepaalt welk veertype bij jouw toepassing past, en hoe wij een ontwerp voor je doorrekenen.

Wat bepaalt de veerconstante

De veerconstante geeft aan hoeveel kracht een veer erbij levert per millimeter beweging. Vier dingen bepalen die waarde: het materiaal, de draaddiameter (D), de diameter van het veerlichaam (Dm/Du/Di) en het aantal windingen (Nt). Verander je er één, dan verandert de veerconstante mee, en niet altijd in gelijke mate.

  • Diameter van het veerlichaam: Dm, Du en Di: de diameter van een veer kun je op drie manieren aangeven: de buitendiameter (Du), de binnendiameter (Di) en de diameter hart op hart (Dm). Welke maat relevant is, hangt af van de toepassing. Moet de veer om een pen of as passen, dan is de binnendiameter (Di) bepalend. Moet de veer in een boring of behuizing passen, dan is de buitendiameter (Du) bepalend, en die maat gebruiken wij dan ook in onze stuklijsten en op tekeningen. Voor de veerconstante zelf reken je vaak met de diameter hart op hart (Dm), gemeten tot het midden van de draad. De drie maten hangen via de draaddiameter (D) samen: Dm = Du min D = Di plus D. Bij dikkere draad scheelt dat al snel een paar tiende millimeter, en dus een merkbaar andere uitkomst als je per ongeluk met Du of Di rekent in plaats van met Dm.
  • Draaddiameter (D) en veerconstante: de draaddiameter (D) weegt het zwaarst mee. Ga je van 1,5 naar 2,0 mm draaddiameter, dan neemt de veerconstante grofweg drie keer toe, terwijl de diameter zelf maar een derde groter werd. Dm werkt de andere kant op: een grotere diameter hart op hart maakt de veer juist zachter. Die twee tegen elkaar afwegen, samen met het materiaal en het aantal windingen (Nt), is precies waar onze engineers dagelijks mee bezig zijn.
  • Nt versus actieve windingen: voor de veerconstante telt niet het totale aantal windingen, maar het aantal actieve windingen. Bij gesloten en geslepen uiteinden liggen de laatste windingen namelijk plat tegen de veer aan en leveren ze nauwelijks nog veerwerking. Reken je toch met het totaal, dan kom je op een te lage veerconstante uit, en past de veer niet meer bij de kracht die je nodig hebt. Onze calculatiesoftware maakt dit onderscheid automatisch, per einduitvoerin

Wij rekenen dit door met onze eigen calculatiesoftware, niet met een vuistformule op een rekenmachine. Die software toetst niet alleen de veerconstante, maar ook spanning in het materiaal, wikkelverhouding en vermoeiingssterkte bij het gewenste aantal cycli, zodat het ontwerp dat je krijgt ook daadwerkelijk te maken is.

Drukveer: lineaire weerstand bij indrukking

Een drukveer levert weerstand die evenredig oploopt met de indrukking: hoe verder je indrukt, hoe meer tegenkracht je voelt.

In de praktijk

Een drukveer met 1,5 mm draaddiameter (D), 15 mm diameter hart op hart (Dm) en 8 windingen (Nt) in verenstaal heeft een veerconstante van ongeveer 2,35 N/mm.

Diezelfde veer in RVS316 heeft een lagere treksterkte, waardoor de veerconstante lager uitvalt.

Een nuance die in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien: voor de veerconstante telt niet het totale aantal windingen, maar het aantal actieve windingen. Bij gesloten en geslepen uiteinden liggen de laatste windingen namelijk plat tegen de veer aan en leveren ze nauwelijks nog veerwerking. Reken je toch met het totaal, dan kom je op een te lage veerconstante uit en past de veer niet meer bij de kracht die je nodig hebt. Onze calculatiesoftware maakt dit onderscheid automatisch, per einduitvoering.

Drukveren zet je in waar je een voorspelbaar, lineair krachtverloop nodig hebt: kleppen, vergrendelingen, demping en ondersteuning. Bij De Spiraal produceren we drukveren met draaddiameters van 0,07 tot 80 mm, van precisieveer tot grote drukveer. Twijfel je tussen een drukveer en een trekveer? Lees het verschil tussen een drukveer en een trekveer.

Trekveer: kracht via uitrekking

Een trekveer werkt met dezelfde principes als een drukveer, maar dan omgekeerd: in plaats van in drukken, rek je de veer uit. Er zit vaak al een voorspanning in de veer voordat hij überhaupt beweegt, doordat de windingen bij winding al tegen elkaar aan liggen.

In de praktijk

Trekveer in verenstaal, draaddiameter (D) 1,2 mm, diameter hart op hart (Dm) 10 mm, 12 windingen (Nt), met een voorspanning van 5 N.

Bij 8 mm uitrekking levert deze veer ongeveer 19 N kracht.

Trekveren vind je in sluitmechanismen, spansystemen en installaties met een terughaalfunctie. Ons standaardbereik voor trekveren is 0,10 tot 20 mm draaddiameter, met Duitse ogen, Engelse ogen of veerproppen als eindafwerking. Twijfel je tussen een trekveer en een torsieveer? Lees welke veer past bij uw project.

Torsieveer: koppel via draaibeweging

Een torsieveer werkt niet lineair maar via een draaibeweging. Verdraai je de poten van de veer, dan bouwt de veer een koppel op dat de beweging terug wil brengen naar de uitgangspositie.

In de praktijk

Torsieveer in verenstaal, draaddiameter (D) 2 mm, diameter hart op hart (Dm) 20 mm, 10 windingen (Nt).

Bij een verdraaiing van 45° levert deze veer een koppel van ongeveer 190 Nmm.

Torsieveren zetten we in voor sluitmechanismen, klemconstructies, scharnieren en terugstelmechanismen, met draaddiameters van 0,10 tot 20 mm. Heb je twee keer zoveel koppel nodig binnen dezelfde ruimte? Dan is een dubbele torsieveer vaak de oplossing in plaats van een dikkere draad.

Welke veertype past bij jouw toepassing

De drie veertypes verschillen vooral in de manier waarop ze bewegen. Zodra je weet of je systeem indrukking, uitrekking of rotatie nodig heeft, valt de keuze meestal snel.

Veertype Beweging Typische toepassing Draaddiameter
Drukveer Lineair, indrukking Kleppen, demping, vergrendeling 0,07 - 80 mm
Trekveer Lineair, uitrekking Sluitmechanismen, terughaalfuncties 0,10 - 20 mm
Torsieveer Rotatie Scharnieren, klemmen, terugstelmechanismen 0,10 - 20 mm

Naast het bewegingstype spelen omgeving en belastingsfrequentie mee. Werkt de veer in een vochtige of zoute omgeving, dan is RVS316, Inconel of Hastelloy vaak een betere keuze dan standaard verenstaal, ook al is de glijdings- en elasticiteitsmodulus dan iets lager. Draait het om honderdduizenden cycli per jaar, dan telt vermoeiingssterkte net zo zwaar mee als de veerconstante zelf, denk aan toepassingen in de medische sector, waar herhaalbaarheid en levensduur net zo belangrijk zijn als de kracht zelf.

Je eigen veer laten berekenen

De cijfers hierboven laten zien wat er meespeelt, maar zijn geen vervanging voor een echte berekening. Wij rekenen elke veer door met onze eigen calculatiesoftware, waarin naast de veerconstante ook spanning, wikkelverhouding en vermoeiingssterkte worden getoetst aan de norm en aan het gekozen materiaal. Zo weet je zeker dat wat je krijgt ook echt te maken is, en niet alleen op papier klopt.

Stuur je tekening of maten naar info@despiraal.nl, met de gewenste kracht, beschikbare ruimte en omgeving erbij, dan zullen wij kijken naar een passende oplossing.