
Bij het ontwerpen van een mechanisch systeem is de keuze van de juiste veer bepalend voor de werking, betrouwbaarheid en levensduur van het geheel. Vooral trekveren en torsieveren kunnen met elkaar verward worden, terwijl ze fundamenteel verschillend functioneren. In deze gids leggen we uit hoe beide veertypes werken, waar ze worden toegepast en hoe u bepaalt welke veer past bij uw project.
Een trekveer is een veer die werkt op basis van uitrekking. Wanneer de veer wordt belast, ontstaat er een trekkracht die toeneemt naarmate de veer verder wordt uitgerekt. Zodra de belasting wegvalt, trekt de veer het systeem terug naar de rustpositie.
Trekveren zijn aan beide uiteinden voorzien van ogen, haken of schroefdraden en worden veel toegepast in systemen waar een terughaal- of sluitfunctie nodig is. Denk aan industriële kleppen, afdekkingen, vergrendelingen of bewegende modules.
Afhankelijk van de toepassing kan worden gekozen voor dunne trekveren, bijvoorbeeld bij lichte mechanismen of compacte constructies, of voor een robuuste metalen trekveer bij hogere belastingen. Belangrijke ontwerpvariabelen zijn onder andere draaddikte, veerlengte, spoed, materiaal en maximale uitrekking.
Bij het selecteren van een trekveer spelen meerdere factoren een rol. Allereerst is het belangrijk om te bepalen welke kracht nodig is bij een bepaalde uitrekking. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de beschikbare inbouwruimte, de bevestigingsmethode en het aantal cycli.
Ook omgevingsfactoren, zoals temperatuur, vocht en corrosie, beïnvloeden de keuze. Wilt u meer weten over materiaalkeuze of toepassingsvoorbeelden? Lees dan onze blog “Trekveer gebruiken: tips, toepassingen en aandachtspunten”.

Een torsieveer werkt niet op basis van trek of druk, maar op verdraaiing. De veer wordt belast door een draaibeweging en levert daarbij een roterende tegenkracht. Zodra het draaimoment wegvalt, keert de veer terug naar haar oorspronkelijke stand.
Torsieveren worden meestal uitgevoerd als spiraal met twee benen die op specifieke punten worden gemonteerd. De opgewekte kracht is afhankelijk van onder andere de veerconstante van de torsieveer, de hoekverdraaiing, de draadrichting en het materiaal.
Bij hogere belastingen of wanneer een symmetrische krachtverdeling gewenst is, kan een dubbele torsieveer worden toegepast. Deze uitvoering bestaat uit twee spiralen die samenwerken rond één as.
Torsieveren worden vaak ingezet in scharnierende systemen, zoals kleppen, hendels, sluitmechanismen en instelbare componenten. In situaties met beperkte axiale ruimte kan ook worden gekozen voor platte torsieveren, die dezelfde functie vervullen maar een andere geometrie hebben.
Wilt u meer weten over de verschillen tussen deze uitvoeringen? Lees dan het kennisartikel “Torsieveren en platte torsieveren: werking en toepassingen”.

De keuze tussen een trekveer en een torsieveer is sterk afhankelijk van de beweging die u wilt realiseren. Is er sprake van een lineaire terugtrekkende beweging, dan ligt een trekveer voor de hand. Gaat het om een roterende beweging rond een as of scharnierpunt, dan is een torsieveer de logische keuze.
Daarnaast spelen factoren zoals belasting, frequentie, inbouwruimte en bevestiging een doorslaggevende rol. In veel projecten loont het om deze keuzes al vroeg in het ontwerpproces te maken.
Bij De Spiraal ondersteunen wij u bij het selecteren en ontwerpen van zowel trekveren als torsieveren. Afhankelijk van uw toepassing denken wij mee over veertype, veerconstante, materiaalkeuze en uitvoeringsvorm, van dunne trekveren tot dubbele torsieveren.
Naast standaarduitvoeringen leveren wij ook maatwerk trekveren en torsieveren, afgestemd op uw specifieke technische eisen en inbouwsituatie. Dankzij onze technische expertise, eigen productie en flexibele planning kunnen wij zowel prototypes als seriematige producties realiseren.