
Een trekveer is een compact onderdeel met grote invloed op de werking en betrouwbaarheid van een mechanisch systeem. Waar onderdelen gecontroleerd moeten worden teruggetrokken of onder spanning blijven staan, is de juiste trekveer essentieel. In deze tekst leest u waar u op moet letten bij het toepassen van trekveren en hoe u bepaalt welke uitvoering past bij uw toepassing.
Een trekveer levert kracht zodra deze wordt uitgerekt. Hoe verder de veer wordt uitgerekt, hoe groter de trekkracht die zij teruggeeft, zolang de veer binnen haar elastische werkgebied blijft. Veel trekveren hebben voorbelasting (beginspanning). Hierdoor liggen de windingen in rust strak tegen elkaar aan en levert de veer direct tegenkracht bij de eerste beweging. Dit voorkomt speling en zorgt voor een voorspelbaar veergedrag.
Het gedrag van een trekveer wordt bepaald door de draaddiameter, spoeldiameter, het aantal actieve windingen en het materiaal. In het algemeen geldt dat een grotere draaddiameter en/of kleinere spoeldiameter leidt tot een stijvere veer met een hogere kracht per millimeter uitrekking. Een slankere uitvoering levert juist een lagere veerkracht en een soepelere werking. Door deze parameters te combineren kan een trekveer nauwkeurig worden afgestemd op de belasting.

De vraag welke trekveer heb ik nodig? begint bij de functie van het mechanisme. Belangrijk is om vast te stellen welke kracht nodig is bij een bepaalde uitrekking en wat de maximale uitrekking tijdens gebruik zal zijn. Daarnaast spelen de beschikbare inbouwruimte, de rustlengte van de veer en de toegestane belasting een belangrijke rol bij de selectie.
Bij deze keuze is het belangrijk om rekening te houden met de levensduur. Een trekveer functioneert het meest betrouwbaar wanneer zij zoveel mogelijk axiaal wordt belast en niet structureel tot de maximale uitrekking wordt gebruikt. Door voldoende veiligheidsmarge in te bouwen, het juiste materiaal te kiezen en te zorgen voor een correcte bevestiging, wordt de kans op vermoeiing aanzienlijk verkleind en blijft de veer langdurig betrouwbaar.
Ook de bevestiging verdient aandacht. De uiteinden van een trekveer, zoals ogen, haken of draadeinden, bepalen hoe de kracht wordt overgebracht op het systeem. In toepassingen met beweging of kleine uitlijnfouten kan een draaibaar uiteinde helpen om zijbelasting te beperken. Onjuiste bevestiging is een veelvoorkomende oorzaak van verhoogde spanningen en voortijdige veerbreuk.
Bij het ontwerpen van een mechanisme is het belangrijk om het juiste type veer te kiezen. Het verschil tussen drukveer en trekveer zit in de richting van de kracht: een drukveer werkt bij indrukken, een trekveer bij uitrekken. Moet een onderdeel actief worden teruggetrokken of onder trekkende spanning blijven, dan is een trekveer meestal de juiste keuze.
Daarnaast speelt soms de afweging tussen trekveren of torsieveren. Een torsieveer levert een draaimoment rond een as en wordt gebruikt bij roterende bewegingen, zoals scharnieren. Trekveren werken lineair en zijn geschikt voor rechtlijnige terugtrekbewegingen. Door eerst het type beweging vast te leggen, wordt de juiste veerkeuze duidelijker.

In toepassingen met beperkte inbouwruimte worden vaak dunne trekveren toegepast. Door hun kleinere draaddiameter leveren deze veren lagere krachten en reageren ze nauwkeurig op kleine verplaatsingen. Ze worden gebruikt in compacte vergrendelmechanismen, stelconstructies en lichte terugsteltoepassingen. Tegelijk vraagt dit om zorgvuldige montage, omdat dunne trekveren gevoeliger zijn voor scheefbelasting.